Oude dagboeken
May 10th, 2012 | Marije
‘Toen ik 7 was hat ik dit boek ge kogt. ik ben in 1985 ge boren. 6 maart ben ik jaarig! ik hou van reekene ik hou van op verkanzie gaan want thuis is het altijd het selfd’ Was geschreven: 17 april 1992
Van het weekend dook ik de zolder op. Vriendinnetje gaat trouwen en daardoor zitten we al een paar maanden op een soort van ‘trip down memory lane’. Vanaf ons elfde waren we onafscheidelijk. Met als hoogtepunt onze pubertijd. We zaten in hetzelfde team, werkten in dezelfde kas, gaven samen training, werkten bij het Kruidvat, hadden dezelfde vrienden, pasten samen op, gingen ‘s avonds filmpjes kijken.
Helaas zaten we niet bij elkaar in de klas en daarom hadden we ook nog een schriftje waarin we elkaar verhalen schreven. Dat schriftje gooiden we steeds weer bij elkaar in de bus of gaven we door als we elkaar in de schoolgangen tegenkwamen.
Van het weekend zocht ik dat schriftje. Ik kon het nergens vinden, maar vond wel mijn allereerste dagboek terug. Zeven jaar was ik. Het reisvirus zat er toen al in. Hierboven de eerste zinnen die ik op papier zette. Hilarisch terug om terug te lezen lezen. Een totaal andere trip down memory lane.
Hier was ik tijdens de moord op Pim Fortuyn
May 6th, 2012 | Marije
Net op de radio: jij weet vast nog wel waar je was op 6 mei 2002, toen Pim Fotuyn werd vermoord. Ja, dat weet ik nog wel. Ik was bij mijn jeugdvriendje, zijn broer riep naar boven en ik rende de trap af. Bij een van de laatste treden ging ik keihard op mijn plaat. Enkel gekneusd.
What happened? Ik zat in 5VWO en schreef voor geschiedenis een eindwerkstuk over… juist ja, Pim Fortuyn. Samen met een klasgenootje hielden we al het nieuws in de gaten en onderzochten we de invloed van Fortuyn. Op de samenleving, de politiek, op ons. Tijdens ons onderzoek zouden de verkiezingen zijn en wij waren razend benieuwd wat de uitslag zou worden.
Mijn klasgenootje stond pal achter de ideeën van Fortuyn. Ik niet. Maar ik vond zijn invloed wel bijster interessant en kwam er langzamerhand achter dat hij niet zo extreem was als ik dacht.
Niemand mag vermoord worden om zijn ideeën. Niemand. Daarom kreeg ons eindwerkstuk twee delen. Eentje in kleur, met ons onderzoek tot en met 5 mei 2002, en eentje in zwart-wit. Vanaf het beslissende schot op het mediapark.
Voorbij vliegende vrachtwagen
April 8th, 2012 | Marije
Vandaag rij ik over het remspoor op de A59 en ik krijg weer kriebels in mijn buik. Gisteren stonden we precies niet op die plek. Maar een paar centimeter verderop. En daarom kan ik dit typen.
Op weg naar de bruidsjurkenwinkel. Ik mag dé jurk zien en we moeten schoenen uitzoeken. Fantastisch natuurlijk. Opeens moeten we remmen. Een onverwachte file, onopvallend, net over de heuvel bij het viaduct. De vrachtwagen die even verderop rijdt, ziet de file niet. (Is onze theorie)
Een klap. Een vliegende auto. Glasgerinkel. De vrachtwagen. Nog een klap.
En dan is het stil.
Een eeuwigheid later, voor mijn gevoel, dringt het besef door. ‘Bel 112, nu!” En we duiken allemaal naar onze telefoon. Ik kan hem niet vinden en ren daarom naar de dichtsbijzijnde hectometerpaal. Waar staan we?
Dan zie ik het pas. De auto die achter ons stond, staat nu voor ons. Helemaal in de kreukels. Waarom wij niet geraakt kunnen zijn, geen idee. Maar dit was millimeterwerk.
Een beschermengeltje, denk mijn vriendin.
Politie, brandweer, ambulances, alles komt eraan. Wij worden weer verder gestuurd. We hebben niks, niet eens een kras op de auto. Dus rijden we door, bruidsschoenen passen. Wat een contrast.
Sokken
February 29th, 2012 | Marije
De jongen achter de balie is misschien 16 jaar oud. Maar toch beoordeelt hij mijn aankopen. “Sokken,” zegt hij terwijl hij de scanner eroverheen haalt.
Sokken ja, dat is toch niet zo gek? Die koop je bij de HEMA. Toch? Vooral de voordeelverpakkingen, waarbij je meteen 3 paar koopt. Heel fijn.
“En nog meer sokken,” zegt hij als hij verder scant. Nog meer sokken ja. Blijkbaar is het toch gek om bij deze winkel je voetbedekking in te slaan.
Maar jongen toch, denk ik. Dit is nog niks. In mijn wasmand liggen nog 30 paar. Maar de voorraad is op. Ik was niet zo vaak. Een loopje naar de HEMA is gewoon een stuk sneller, dan de inhoud van de wasmand naar de wasserette slepen.
Dus ja. Sokken! 6 paar.
Wederkerig
January 27th, 2012 | Marije
Tijdens mijn 40 minuten durende fietsmeditatie naar mijn werk, word ik voor de Berlagebrug gestoord. “Nu weet jíj ook hoe het voelt,” hoor ik opeens naast me.
Ik kijk om en zie een meisje. Blond plukhaar, mondhoeken op -9 en een diep geworstelde fronsrimpel tussen haar ogen. Roze Michelin-jas, witte oordopjes en iets te veel sieraden. Ze kijk me aan. Ik heb geen idee en rij verder als het licht op groen springt.
Maar het ze achtervolgt me. Nog een meter of 800 rijdt achter me aan. En na een ijzige stilte van een minuut of 3, dreigt ze weer. “Jij hebt mij dit ook aangedaan. Dan weet je dat tenminste. Ik haat je.”
En opeens besef ik dat ze het niet tegen mij heeft. Of tegen de lucht. Die oordopjes zijn natuurlijk verbonden met een onzichtbaar apparaat. Gezellig zeg. Mijn ochtendstilte verneuken met je gebrom aan de telefoon.
Gekrukt
December 30th, 2011 | Marije
Als ik een lesje heb geleerd deze maand, dan is het: ‘Gij zult niet twitteren op straat.’ Ik zie een richeltje over het hoofd en lig zomaar op de grond. Om me de volgende dag met een kruk aan mijn arm door het Amsterdamse ov te wurmen.
In de tram en metro verbaas ik me over de hoeveelheid mensen die voor me opstaat. De teller blijft anderhalve dag op 0 staan. Niemand! En dat terwijl ik toch een duidelijk zichtbare handicap heb. Ook ontdek ik dat er nauwelijks bankjes zijn, liften in metrostations op de idiootste plekken zitten en trams met extra trappetjes en klapdeuren ontzettend ingewikkeld zijn. Als klap op de vuurpijl, loopt een jongen in de tram vol tegen mijn geblesseerde enkel op. Dat levert me weer een dagje extra revalideren op.
Gelukkig is het niet ernstig en kan ik mijn kruk na drie dagen in een hoek gooien. Maar ik blijf me verbazen over de inrichting van het ov. Zodra je moeite hebt met lopen, is het ov uitermate… kut. Je zal maar een oud vrouwtje met een rollator zijn die elke dag op Weesperplein moet overstappen. Waar je met twee liften naar beneden moet, die 100 meter uit elkaar zitten. Ik geef het je te doen.
Oh it is Christmas
December 13th, 2011 | Marije
Ik sta in de file. Een verkeersregelaar stuurt me naar p2. Ik moet verder rijden en draai een blubberige, drukke parkeerplaats op. Helemaal achterin vind ik nog een plekje. En dat bij een tuincentrum!
Ik heb me mee laten slepen door een vriendin die gek is van kerstmarkten. Het lijkt me niets. Maar ach, ik heb verder niets te doen. Dus ga ik mee naar het tuincentrum waar de massale kerstboom-koopdag gaande is. Totaal verkeerde timing dus.
Eenmaal binnen ben ik betoverd. Voorbeeldboompjes laten me smelten. Ik wil ook! Samen lopen we watertandend tussen de versieringen door. Lolly’s, harten, linten, ballen, snoepjes, dennengeur in een flesje (ja echt!) en nepsneeuw. Ik vind het mooi. Behalve het grote kerstdorp dan, waar je zelfs een rondje in een skilift mag maken. Dat gaat me echt te ver.
Ik kom buiten met een boompje. ‘s Avonds zet ik alternatieve kerstmuziekjes op, steek de kaarsjes aan en versier mijn miniboom. En wat ben ik trots als hij staat. En wat ben ik in de kerstsfeer. Nog geen idee wat ik ga doen, maar jeetje wat heb ik zin in kerst. En dat mag de ijsbeer in mijn boom beamen.
46-L?-??
December 10th, 2011 | Marije
Ik moest maar 10 minuten rijden, maar kwam het bord onderweg zeven keer tegen. Zeven keer! Amber Alert, Zwarte Fiat, kenteken, bel 112. Ik werd er een beetje angstig van.
Om verschillende redenen. 1. Nadat ik het bord 7 keer had gezien, zat het kenteken nog steeds niet in mijn hoofd. Ik vroeg me af of er wat fundamentele hersencellen waren afgestorven. Hoe moeilijk is dat nou: zes tekentjes onthouden? 2. Ik bleef steeds met mijn ogen op dat bord hangen, probeerde het kenteken te onthouden en reed ook nog auto. Op de weg concentreren Marije. Er zijn ook andere auto’s. En even letten of er een zwarte Fiat rijdt.
Vervolgens vroeg ik me af wat ik moest doen als ik die auto zag. Telefoon in de tas. Geen handsfree. Zou ik in dit geval wel mogen bellen? Of stoppen op de vluchtstrook zonder een boete te krijgen?
Ik besefte ook hoe goed dit systeem is. Die man kon nooit ver komen. Elk matrixbord langs de weg bevatte zijn kenteken. Die moet zo gevonden zijn, dacht ik zo. Dat viel nog tegen. Twee uur later seinden de borden seinden nog steeds. Bel 112. Bel.
Uiteindelijk heeft het gewerkt. Ze is weer terug bij mama.
Marktbakker
December 3rd, 2011 | Marije
Ze kruipt tussen alle mensen door en raakt de kraam al aan. ‘Ken je dat concept? Wachten?’ Ik wel, maar dat driejarige meisje waar vader het aan vraagt vast niet.
De Ten Katemarkt op zaterdagochtend. Gevuld met groente en fruit, kleding en prullaria. Maar de bakker voert een monopoliebeleid. Het is een lekkere bakker. Zijn brood dan. En dus staat er elke zaterdagochtend een mannetje of 20 voor zijn kraam te wachten. Een mooi schouwspel is dat.
Een mevrouw die voor probeert te dringen en een knorrige man die haar op de vingers tikt. Een jong stelletje waarvan de jongen vergeten is dat zijn ouders komen eten en zich hardop afvraagt waarom ze in hemelsnaam in de rij staan. En de vader die zijn dochter vraagt naar het concept ‘wachten’.
Het concept. Een woord dat bij mij misschien op mijn 18e betekenis kreeg. Misschien bij veel mensen altijd een wazig begrip blijft. Maar de peuter is totaal niet onder de indruk. Ze wacht geduldig en zingt erbij: ‘Jan kwam thuis om een boterham te vragen…’
Verversen
December 2nd, 2011 | Marije
Tijdschriftenmensen wachten er maanden op. Televisiemensen lezen het ‘s ochtends op teletekst. Internetmensen drukken op F5. En F5. En nog eens 5. Het draait om de cijfers.
Een van de dingen van internet is dat je meteen weet of iets werkt of niet. Dat is leuk, verslavend, irritant. Je krijgt meteen van je lezers op je flikker als je een fout maakt. Je ziet meteen de ongezouten meningen op twitter. Je weet ook meteen hoe vaak een pagina bezocht is, hoe lang mensen bleven hangen en of ze doorklikten op de site.
Vandaag is zo’n dag. Een dag dat ik blijf verversen. Wat zijn de bezoekcijfers? Hoeveel deelnemers hebben we al? Wat zijn de reacties? Ik blijf er zelfs voor op. Bizar eigenlijk. Morgenochtend kis het cijfer precies hetzelfde. Ik wacht tot 00.01u. Want dan is de dagscore bekend.
En ik ben blij. Ik kan gaan slapen. Een succesje geboekt.